Misschien moesten we er wel eerst een dag of vijf zijn, om te geloven dat het waar en echt is, wat Isfahan je allemaal voorschotelt. Ondertussen hebben we het armknijpen opgegeven en ons helemaal overgegeven aan de betovering van deze pure parel. In de 16e eeuw beschreef een Franse dichter de stad al als de helft van de wereld, diep onder de indruk als hij was door de dozijnen wonderen waarmee deze stad je overdondert. Top of the bill is het Imamplein: een uitgestrekte vlakte met bankjes, grasperkten en een vijver, omzoomd door een collonade van twee verdiepingen nissen (met puntige boog, zoals in 1000-en-1 nacht). Twee oogverblindende moskeeen en het paleis van Ali Qapu domineren het zicht, terwijl aan de andere kant een reusachtige poort toegang geeft tot de grootste bazaar van de stad. Meer nog dan het monumentale treft de enorme verfijning van elk detail van de bouwwerken: in perfecte harmonie staan hoogtepunten uit de Islamarchitectuur en -decoratie in je gezicht te stralen. De kers op de taart is de levendigheid en gemoedelijke drukte op het plein: net zoals in elk park stroomt het bij valavond vol mensen die komen picknicken en praatjes maken. Je moet het zien om te geloven.
En van hetzelfde kaliber is er nog zoveel meer: de bruggen over de rivier (schitterend, gezellig, indrukwekkend, sprookjesachtig, tijdloos), de parken en tuinen, de paleizen, de bazaars, de minaretten, …
Gelukkig is de tijd hier om: gered door de bel van het netcafe - Isfahan eer aandoen met vluchtige woorden is onmogelijk.
Please Leave a Comment!