20.08.07

Nabeschouwingen in Gentse straten

- alledaags -

  • Vijfentwintig dagen gewend aan kijken naar vormen die letters schenen te zijn, zonder ze evenwel te kunnen lezen. Gevels afgespeurd naar schaarse bekende tekens. Nu word ik duizelig van door straten te lopen waar ik alle opschriften kan begrijpen: ik absorbeer nog te gulzig.
  • Af en toe de typische post-reis opwinding bij het zien van een Belgische nummerplaat. Evenwel overwoekerd door een lichte doch permanente depressie omtrent volle straatbeelden zonder Paykans.
  • Honderden blanken passeren, zonder een knik van herkenning omdat je uit hetzelfde werelddeel komt.
  • Met bewondering kijken naar de ingewikkelde en elegante hoofddoekconstructies van vrouwen. Medelijden omdat wij geen bazaars hebben met honderden, nee duizenden motiefjes.
  • Ging alles daar niet sneller en allerter zonder kilometriek, zebrapaden en rode lichten? Verkeersregels maken mensen lui. (Al weren ze zich fel, hier in de Brugse Poort).
  • Op de bus naar het centrum staan wachten terwijl tientallen auto’s vol lege plaatsen in dezelfde richting tsjokken.
  • Maar ook: comfortabele stoelen, niet eens met plastiek overtrokken! Een regenbui! Langs winkels lopen waar warme lucht naar buiten komt, in plaats van omgekeerd. Anonimiteit. Een rekening betalen zonder de zorg er misschien op te worden gelegd. Een wasmachine.  Frans brood. Turks brood. Belgisch brood. Fruittaart. Pasta. (Bier. Wijn. Schuimwijn. Mojito. Duvel.) De radio. Een trui. Hmmm.
19.08.07

Thuis!

- algemeen -

Veilig thuis aangekomen. Binnen enkele dagen de foto’s. Hieronder een beeld uit Yazd.

DSC_0223-1.jpg

15.08.07

Belgisch duo stelt het wel

- algemeen -

We leven! Ook voor ons was het even schrikken, toen een paar dagen geleden de bezorgde sms’en en mails binnenstroomden. Op dat moment bevonden wij ons ver van het gevaarlijk gebied, te midden van veilige en toeristische oorden.

Voor ons vertrek hadden we gelezen dat Iran een negatief reisadvies krijgt van onze regering; ‘t is te zeggen, de kwalificatie dat sommige gebieden gevaarlijk kunnen zijn. Op de website van de overheid werd met naam en toenaam melding gemaakt van dat gevaarlijk gebied aan de grens met Afghanistan en Pakistan, de tribal areas, waar de overheid weinig of geen greep op heeft, vooral niet in deze getalibaniseerde tijden. Drugsbendes organiseren er hun eigen handel, beschermd door berg, stameed en Kalashnikovbendes. U begrijpt dat wij gewaarschuwd waren en het gebied, overigens op een dikke 1500km van de hoofdstad, 1200 van waar we ons toen bevonden en 1800 van waar we heen trokken (net bergen en woestijn ertussen), gemeden hebben. Bij de richtlijnen hoorde ook: paspoortgegevens, reisplannen en thuiscontact bezorgen aan de Belgische ambassade in Teheran. Voor een keer voorbeeldig hadden we dat ook gedaan, vandaar het telefoontje van ons ministerie van buitenlandse zaken naar thuisbasis Baaigem. Blijkbaar kende men toen de identiteit van de ontvoerden nog niet.

De dag na het nieuws merkten ook wij hier dat de Iraniers bezorgd waren om hun toeristen. In een museum nabij Shush kwam iemand van het personeel plots bij me en overhandigde me een handgeschreven briefje: “Kerman, Bam, Zahedan: no Going, weri dinjer“. Aandoenlijk, maar ook geruststellend: ze zouden ons niet zomaar naar het gevaarlijk gebied laten gaan …

Ondertussen zijn we veilig en wel in Teheran, voor de laatste anderhalve dag. Vanuit Esfahan reden we met de nachtbus naar Ahwaz, niet al te ver van de grens met Irak (geen nood: het gebied is volkomen veilig, het Britse leger controleert de grens, een 150km verder). Op dit moment naar Ahwaz trekken is voor de meeste Iraniers een gek idee: ver rijden om een verzengende braadpan te betreden - in deze periode topt de temperatuur soms bij de 50gr. Ons doel: het oude Susa (met Daniels graf) en wat verderop de restanten van de Elamitische cultuur uit het 2e millennium v. Chr. In het woestijnachtige Choqa Zanbil staat een majestueuze ziggurat (trappenpiramide) uit 1200 v.Chr., hart van de stad Dur Untash, rond 640 v.Chr. verwoest door Ashurbanipal. Locatie en architectuur van de tempel zijn indrukwekkend. De prijs was evenwel hard: een gebraden hersenpan en uren bus heen en terug. But we made it!

Vanavond laatste reisverslag uit Perzie - na thuiskomst volgen nog de foto’s. Morgen laatste dag Teheran en diep in de nacht het vliegtuig op. Als alles goed gaat staan we vrijdag op Belgische bodem.

13.08.07

Jummie!

- alledaags -

Hieronder licht ik een tipje van de Iraanse keuken-sluier op, of althans wat wij er van leerden kennen …

’s Morgens:

  • hopen brood, lavash genaamd: pannekoekachtig, lekker als het vers is, bordkarton nadien
  • witte kaas die volgens ons het midden houdt tussen feta en platte kaas, zacht van smaak
  • gebakken of gekookt ei
  • thee, soms ook fruitsap
  • soms confituur, veelal van wortels, mais of appel (tja …), of honing
  • heel soms tomaten, komkommer, dadels

’s Middags:

Wat ons betreft, meestal een snelle hap, in een van de vele (Iraanse interpretatie) fastfood-tenten:

  • sandwich: slap broodje met augurk, tomaat, sla en een hamburger-achtige
  • hamburger: zie hierboven, maar dan met rond broodje
  • pizza: zeer talrijk en bijzonder flets: smakeloze kaas, slappe bodem, geen tomaat …
  • N.B. bij het bovenstaande: geen varkensvlees, en liters ketchup

’s Avonds:

  • In normale restaurants is de kaart gevuld met talrijke variaties op kabab, kabab met rijst, kabab met brood: stukjes vlees, gebakken op een metalen spie. Het zit hem in de details: verschillen in het soort vlees (kip/lam), kwaliteit, grootte van de brokjes, manier van bakken, … zijn van belang.
  • Altijd wordt hierbij een berg rijst en een toren brood geserveerd.
  • Groenten: gebakken tomaat, verse pickels, koude sla - komkommer - rode kool - bonen …

In chiquere of toeristische restaurants komen volgende gerechten voor:

  • dizi: oranje stoofpotje dat je zelf moet pletten met een vijzel. lamsvlees, bonen, erwten, tomaat, aardappel
  • kashk e bademjun: stoofpotje van aubergine, andere groenten en munt, vaak met een lopende schapenkaas erop
  • fesenjun: kip en gestoomde rijst, met een granaatappel- en walnootsausje
  • ash e reshte: dikke soep met noedels, bonen en groenten
  • ghorme sabzi: bonenbrij
  • tahchin: rijst met kip of ander vlees, eieren en yoghurt, in taartvorm gebakken
  • ghezel ata: gebakken forel

Een aantal dingen worden standaard op tafel gezet:

  • een mandje met ’sla’, hetgeen wij kruiden noemen: basilicum, citroenkruid, bieslookachtig breed plat gras
  • een kommetje verse, ongesuikerde yoghurt
  • dugh: zure melk of yoghurt met water en kruiden (ondrinkbaar voor mij)
  • zout, maar bijna nooit peper
  • vork en lepel, nooit mes
  • softdrink, altijd in plastieken flesje: cola (zeer veel eigen merken, van hm-hm tot ondrinkbaar), mirinda-variant, 7up-variant
  • een doosje tissues

(een traditionele tafel is trouwens een houten bedachtig verhoog, met tapijt en kussens, of een plastieken tafelkleed op de grond)

Tussendoor:

  • Fruit: perziken, nectarines, druiven, kersen, appels …
  • shir: milkshake, van banaan , caramel, appelsien, granaatappel …
  • een vers sapje, van wortel, granaatappel, honingmeloen, watermeloen, limoen …

Tot slot nog twee memorabele, voedsel-getinte quotes van Pieter:

Limoen is de mayonnaise van Iran.

Verdorie, waarom bestel ik hier nu beef stroganoff. Dat is met wodka-saus …

13.08.07

Nog even meegeven

- alledaags -

Nog een paar weetjes over dit land en zijn bewoners moet ik jullie meegeven. In de taxi valt altijd wat te beleven: chauffeurs kennen geen Engels, en wat de weg in hun stad betreft zijn ze al evenmin beslagen. Vaak moesten we zelf de weg wijzen naar een bestemming, zelfs al was die overbekend. Nationaliteit inschatten is ook niet hun sterkste: eergisteren kreeg ik nog de vraag of ik van Thailand kwam. Ja, Thailand. En uiteraard komt steeds de vraag wat je van hun land of stad vindt: Iran khub? Isfahan khub? (khub = goed). Na een glimlach om ons bevestigende antwoord volgt dan soms: regime na chub, met gefronste blik (na = niet).

In Iran rijden heel weinig verschillende automerken, gelukkig in fantastische retrokleuren (allerlei schakeringen van lichtblauw, oranje en geel):

  • de Paykan = eigen automerk, familie van de Lada, ziet er enorm retro uit; een Paykan vervuilt evenveel als minstens een uitgebreid wagenpark Europese auto’s
  • de Samand = eigen merk, ietsje chicer
  • de Renault 5, in duizend kleuren en liefst licht opgehoogd
  • de KIA Pride, een afgrijselijk ding
  • de Peugeot 405, in eigen Pars-uitvoering
  • hier en daar een zeldzame Toyota, Mazda of Mitsubishi
  • 1 Lada en een paar 2PK’s gezien

Voor de rest stikt het van de moto’s: 125cc’s (meer is verboden) die overal over en door tuffen, in onbekende merken als Jetro, Matra, Mahra, Zeta, … Weetje: Iraanse vrouwen mogen niet met een moto rijden. De wet op het fietsverbod is onlangs aangepast, maar het is sociaal nog steeds onaanvaardbaar, een dame op de fiets.

Niet alleen de gsm is razend populair, ook de bluetoothfunctie ervan. Al een paar keer werd ik aangesproken: mister, do you have mobile device? Na wat gepruts begon mijn gsm dan foto’s en filmpjes van Iraniers te ontvangen. Vaak is voor jonge Iraniers die onzichtbare bluetoothverbinding een manier om ongezien contact te leggen met leeftijdsgenoten, niet zelden van het andere geslacht.

Marie vertelt ondertussen over het Iraans eten. Ik blijf erbij dat de konfituur ’s ochtends smaakt naar van die lijm uit de lagere school, die je met zo’n spateltje moest gebruiken. Sweet memories, vooral ’s ochtends bij pannenkoekbrood en thee.

Afsluitend nog even melden dat menig Iraans gezin, vooral het beter begoede, beschikt over een opgeblazen papperig zoontje, als gevolg van de combinatie van liters Zam Zamfrisdrank, te veel eten en een chronisch gebrek aan beweging - ook wel popperd genaamd. Geen natie is er vrij van.

13.08.07

Een avond in Esfahan …

- Esfahan -

Op een avond, twee dagen geleden - op elk uur van de dag kleuren de koepels van de Sheikh Lotfollahmoskee en de Imammoskee anders - mochten we nog maar eens getuige zijn van hoe Iraniers het picknick- ofte familie-uitje aanpakken. Een tapijt (jazeker, geen dekentje of laken zoals bij ons, maar een echt stevig tapijt) wordt uitgerold, gasvuurtje, potten en pannen worden klaar gezet, bal en badmintonset komen tevoorschijn. De ruime familie neemt plaats op het tapijt, en bij schemerlicht en sloten thee passeren eten, gesprekken en partijtjes voetbal en kaart de revue. Tot er op je schouder wordt getikt: of je niet mee wil aanschuiven. Thee en lekkere broodjes (inhoud nog steeds versluierd) later strompel je vol hotelwaarts, met uitnodiging voor een bezoek ’s anderendaags ’s avonds bij het gezin thuis op zak.

Daar blijkt nog maar eens dat de legendarische gastvrijheid van de Perzen niet uit de lucht gegrepen is. Met meer gerechten dan woorden Engels ontvangt de familie ons. We kijken naar foto’s (die zonder hoofddoek blijven bedekt voor mij), poseren voor onvergetelijke kiekjes en trachten de niet aflatende stroom eten en drinken de baas te kunnen. Dat niet alles altijd peis en vree is, kan je zelfs met anderhalf woord Engels en een paar gebaren begrijpen: nonkel gesneuveld in de Iran-Irakoorlog, moeder en zus omgekomen in een auto-ongeval op weg naar reisbestemming Hamadan, … Elk huisje heeft zijn kruisje, zouden ze bij ons zeggen. En wij, uiteraard zijn wij getrouwd: als ongetrouwd koppel op reis gaan, laat staan gewoon als vriend en vriendin, zoals wij, dat gaat er bij de doorsnee Iranier niet in. Op voorhand werd ons aangeraden om te doen alsof we getrouwd waren, maar die leugen hebben we vrijwel nooit actief moeten plegen: men gaat er gewoonweg vanuit en vraagt direct hoelang we al getrouwd zijn.

Back in Isfahan voelt het goed om ergens langer te zijn dan strikt nodig om de eerste bladzijden af te werken van de incontournable toeristische highlights. In het zuiden van de stad bevindt zich de Armeense wijk Jolfa, ooit gedeporteerd door Shah Abbas I, vanuit het Noord-Westen. De straatjes voelen er liberaler en relaxed, maar het meest valt de mix op tussen islamitische en christelijke stijl. Een Maria- en Bethlehemkerk met koepel, tegeltjes en kruis, en bovenal de Vank-Kathedraal. Een klokketoren, prachtige inscripties in sprookjesachtig Armeens geschrift (we ontdekken nu dat die een ander alfabet hebben/hadden) en binnenin overweldigende fresco’s met bijbelse taferelen. Indrukwekkendst is het Laatste Oordeel: hallucinanter heb ik het nooit gezien.

Later bezoeken we ook nog een van de vele kerkhoven met slachtoffers van de Iran-Irakoorlog: anders dan onze anonieme witte zerken draagt elk graf hier een foto, alsof de doden je aankijken.

Straks verlaten we Esfahan. Waarheen hangt nog af van beschikbaarheid van bussen, vliegtuigen en hotels. In de laatste week van een lange reis moet je wat spaarzamer zijn met dagen, waardoor de opties krapper worden. Benieuwd waar we straks landen.

10.08.07

Kashaanse fiasco’s

- Kashan, alledaags -

‘You need a very good excuse for skipping Kashan - it just might well be one of the unexpected highlights of your Iranian trip’ - enthousiast en vatbaar voor suggesties als we zijn, togen wij daarheen, bij wijze van aanzet van een noordelijke afsluitende week.

We vermoeden dat de chauffeur van onze bus geen zin had in zijn gordel, met als resultaat 2,5 uur monotoon gepiep. Compleet opgeladen met frustratie stapten we af, waarbij fluks een vochtige warmte zich als een zak patatten in onze nek nestelde. Na geaffronteerd (ons vooralsnog onbewust van hun monopolie-positie in deze provinciestad) buiten gestapt te zijn bij Hotel 1 omwille van de historisch slechte prijs-kwaliteit verhouding, werden we, bij gebrek aan andere opties, verbannen naar Golestan Guesthouse, dat als een berucht pijnlijke herinnering dient te worden begrepen. Een hoop vuile kamers, een lavabo op de gang waar Pieter ‘niet naar durfde kijken’, houten chambrettes als bed, overgoten met een onderkruiperige corruptheid die russisch aandoet … ‘Mister mister very good price mister, only 180 toman mister, very very beautiful room mister, many many tourists mister’. Hoewel ik niet werd aangesproken, stelt dergelijks mij in staat tot onfrisse vloektirades. Nacht 2 werd vanzelfsprekend in het dure hotel doorgebracht, jawel.

Vervolledigden het misvormde plaatje: een ‘restaurant’ (bij ons zou de benaming ‘cafetaria’ nog een te grote eer zijn) waar men slechts de helft van de bestelling serveerde, uitlacherig achterbakse naroepers op straat, veranderde telefoonnummers waardoor al onze info onbruikbaar was, een Lonely Planet-kaart met falikante fouten … Zelf een geoefend zen-boeddhist had hier grijs haar gekregen, troost ik mezelf.

Anderzijds troffen we toevallig de bananenmilkshake aan die we in Esfahan zolang zochten, liepen we over de daken van de bazaar, bevonden we ons plotsklaps middenin een indrukwekkende begrafenis in hartje bazaar, waarop een winkelier ons zijn telefoon aanbood met engelssprekende dochter aan de lijn, om ons te helpen met de problemen die we misschien hadden, dwaalden we door een gigantisch huis van 19e eeuwse rijkeluizen …

Het kan verkeren.
(Toch meer dan enorm blij terug in Esfahan te zijn)

10.08.07

Esfahan - Kashan - Esfahan

- Esfahan, Kashan -

Wanneer je Esfahan achter je laat, de parel van Perzie, Irans meesterwerk, dan weet je dat het minder zal zijn. De uittocht - alweer in gele Volvobanaan - moet je je voorstellen als een stip die een streep stof trekt tussen roestbruine desolate landschappen, met zomen bergen aan weerszijden, hier en daar slechts een stopje in een eigentijdse variant van wat wij ons voorstellen bij het begrip oase. Op de soundtrack daarbij doen de Belgen (Millionaire, Mauro, Goose) het bijzonder goed, al kan niets aan Kyuss’ woestijnsound. Over soundtracks gesproken: de rit naar minder kreeg van in het prilste begin al een eerste extra frustratietje mee. Een onophoudend elektronisch gepiep (ik gok op het Volvosignaal voor rijden zonder veiligheidsgordel) tartte continu ieders oren. Wij kozen de hardste nummers op de iPod, de Iraniers, die leken het niet te horen.

Aangekomen in Kashan, op ongeveer een derde tussen Esfahan en Teheran, sloeg de moker van de hitte toe. Veertig graden, plakkerig, suizende oren en een lelijk busstation: Wel Come (uiteraard in twee woorden) to Kashan! Tijd om kennis te maken met een bijzonder eigenaardigheidje van het woestijnstadje: hotels zijn er ofwel duur en ver gelegen, ofwel goedkoop en ondermaats. Onze luxezucht afzwerend kozen we eens voor minder. Wat mij betreft staat die keuze onmiddellijk op de lijst once in a lifetime; Marie schrijft Guesthouse Golestan, want zo heet het krot, wellicht nog helemaal de dieperik in.

Wat staat een mens dan te doen? Warmte trotseren en houvast zoeken bij het moois dat Kashan te bieden heeft. En gelukkig is er heel wat om U tegen te zeggen. De relaxte bazaar heeft niet de chaotische drukte van Teheran of Esfahan, maar leverde ons wel twee verrassingen: via een trap klommen we naar het dak van de bazaar, waar we tussen de lemen koepels over de gangen en gewelven liepen van de oude karavansarais waaruit het labyrinth opgetrokken is. In de verte zie je torens, koepels, badgirs (windtorens), mausolea. Terug in de bazaar, en na een thee in zo’n eeuwenoude karavansarai, moesten we halt houden voor iets wat volgens ons een begrafenisstoet was. Doorheen de overdekte smalle straatjes trok een colonne rouwende mensen, begeleid door het zangerige gepreek van een voorganger, schallend uit meegedragen luidsprekers. Alle omstaanders sloegen zich ritmisch (op elke 3e tel) op de borst. Best indrukwekkend, zelfs in een decor waarin glamoureuze barbies, flitsende meisjes-T-shirts in oranje en roze en namaakbloemen uit de stalletjes op de schuifelende in zwart uitgedoste massa neerkeken.

Nog een hoogtepunt in Kashan: 18e eeuwse chique huizen (mansions) van de rijke families van de stad. Daarin wonen moet ongelofelijk geweest zijn: binnentuinen met water, badhuizen, tientallen kamers en gangen, prachtige architectuur. Even buiten de stad bevindt zich een bron met aansluitend de Fintuinen: een schitterend aangelegd park met kanaaltjes, fontuinen, badhuizen, paviljoenen - ooit buitenverblijf van een of andere Shah. Nu komen hordes Kashani er schuilen voor de hitte.

Na een tweede nacht in een gemiddeld hotel (= te veel voor wat het is, maar alles was beter dan …) stonden we voor de beslissing de laatste 6 dagen van de reis te plannen, apres-Kashan. Een uitstap naar de Kaspische zee, boven Teheran, staat op de verlanglijst, gevolgd door een reeks kleine stops in het Noord-Westen van Iran. Om in schoonheid te eindigen en niet elke dag te moeten onderhandelen op zoek naar een degelijke slaapplaats en een rechtschapen chauffeur voor de afgelegen historische sites, hebben we de knoop als volgt doorgehakt: eerst nog een paar dagen terug naar Esfahan, dan een dag of twee naar de Kaspische zee, tenslotte Teheran. U hebt het door: we bevinden ons opnieuw in het gezegende Esfahan. En o wat voelt dat goed.

06.08.07

De helft van de wereld

- Esfahan -

Misschien moesten we er wel eerst een dag of vijf zijn, om te geloven dat het waar en echt is, wat Isfahan je allemaal voorschotelt. Ondertussen hebben we het armknijpen opgegeven en ons helemaal overgegeven aan de betovering van deze pure parel. In de 16e eeuw beschreef een Franse dichter de stad al als de helft van de wereld, diep onder de indruk als hij was door de dozijnen wonderen waarmee deze stad je overdondert. Top of the bill is het Imamplein: een uitgestrekte vlakte met bankjes, grasperkten en een vijver, omzoomd door een collonade van twee verdiepingen nissen (met puntige boog, zoals in 1000-en-1 nacht). Twee oogverblindende moskeeen en het paleis van Ali Qapu domineren het zicht, terwijl aan de andere kant een reusachtige poort toegang geeft tot de grootste bazaar van de stad. Meer nog dan het monumentale treft de enorme verfijning van elk detail van de bouwwerken: in perfecte harmonie staan hoogtepunten uit de Islamarchitectuur en -decoratie in je gezicht te stralen. De kers op de taart is de levendigheid en gemoedelijke drukte op het plein: net zoals in elk park stroomt het bij valavond vol mensen die komen picknicken en praatjes maken. Je moet het zien om te geloven.

En van hetzelfde kaliber is er nog zoveel meer: de bruggen over de rivier (schitterend, gezellig, indrukwekkend, sprookjesachtig, tijdloos), de parken en tuinen, de paleizen, de bazaars, de minaretten, …

Gelukkig is de tijd hier om: gered door de bel van het netcafe - Isfahan eer aandoen met vluchtige woorden is onmogelijk.

06.08.07

gastvrij of kleverig?

- Esfahan, alledaags -

Hoewel het gros van de Lonely Planet-pagina’s en de meeste van Pieters foto’s (een tegengewicht bieden is kwantitatief onmogelijk, maar ik probeer me uiteraard kwalitatief te wreken ;-)) cultuurhistorische themata betreffen, vullen we de meeste van onze actieve uren met rondlopen, de weg zoeken, eten & drinken (later meer hierover), ons verbazen over de enorme hoeveelheden koopwaar (bomma’s dienen een reis te boeken om de enkele reden hun foullard-collectie te spijzen met talloze ‘ongewone’ prints, chiroleidsters met minimaal budget kunnen koffers verkleedkledij verzamelen: gouden hemden! aladdin-muiltjes! fluo-leggings! mexicaanse hoeden! prinsessengewaden!), en, last but not least: aangeklampt worden.

Vaak is na vier zinnen al duidelijk of we met een toffe peer of met een autocollant te maken hebben. In het tweede geval volgt dan een moeizaam losruk-proces. Uren gepeins, afspraken omtrent strategieen en uitvluchten, stiekeme rechtsomkeert bij aanblik van de rug van een reeds beruchte plakkerd, heeft het ons al gekost. Maar anderzijds leverde het ook plezante (vaak standaard-) gesprekken, goede tips, lieve wensen en vooral, lekker eten op …

Scenario 1:
Roep, van zodra je een bleke buitenlander ontwaart: ‘Hello’ en ‘Where you from?
- Laat hem ‘Belgique’ antwoorden.
Roep ‘Welcome to Iran/Esfahan/…’
= plezant, zelfs na 50 keer

Scenario 2:
‘Hello! Where are you from?’
- ‘Belgique’
‘Waw, nice, do you like Iran?’
- ‘Yes, very much …’
‘Do you know Herentals? I have a picture in my shop, come look!
- …
I also have beautiful wooden boxes made by my father, this is 3 dollars and this is made by nomads, they live in tents, 4 dollars …
- (afschudmodus: on)

Scenario 3:
‘Hello Sir, where are you from?’
- ‘Belgique’
‘Oh waw, which city?’
- ‘Ghent’
‘Oh, three years ago I met a girl from Merendree, her name was Sofie ***, we were in love and I went with her to Spain and then I followed her to Belgium, but she had wrong ideas about love because in Europe, people have wrong ideas about love, they want to get you in their bed, and then I never saw her again and I had to come back to Iran’
- … (met een ‘nice to meet you’ en een hazenpad kom je hier niet vanaf)

We proberen te vermijden ons hotel te verklappen, ons telefoonnummer te geven, loze beloftes te doen als ‘we moeten vliegensvlug weg, maar straks komen we terug’ (Al zitten er waarschijnlijk nog steeds drie meisjes op ons te wachten op het Imam Square …).

Anderzijds is van de gerenommeerde Iraanse gastvrijheid geen letter gelogen: op de bus kregen we smarties van onze buren, in een willekeurige moskee een glas limoensap, in een klerenwinkel een koekje, en tijdens een avondwandeling thee, suikertjes, gekarameliseerde nootjes, een banaan en een uitnodiging voor lunch in hun vrijdagse tuin (lokale variant van ons zondags salon). Een met druivelaars bekleed gangpad temidden het groen, met centraal een waterbassin met twee doorweekte peuters erop, bleek dat te zijn. Een grote kraan werd opengedraaid, en urenlang stroomde koel water langs de flanken van de metalen constructie naar beneden. Tussen twee muren van water bevonden wij ons op zachte stoelen, geanimeerd door de dame des huizes, en op constante basis voorzien van verfijnd voedsel. We moesten buitengerold worden, dat spreekt voor zich …

Categories
Links