26.09.06

Eerlijk duurt het langst?

- Pakistan, geld, varia -

“Quite a place, isn’t it?”, zei een vriendelijke Amerikaan een paar weken geleden tegen me, toen we al een zee van tijd stonden aan te schuiven in de luchthaven van Islamabad, die ochtend van ons vertrek naar huis. Het was me daar inderdaad nogal een plek: géén vooruitgang, computers stuk, drommen gehaaste mensen…

Eén bijzondere gebeurtenis, die plaatsvond tijdens dat lange aanschuiven, heb ik jullie nog onthouden — niet omdat ze niet de moeite waard is, maar omdat ik nogal… onzeker was omtrent de afloop.  Wanneer we eindelijk aan de balie gekomen zijn en de bedienden van dienst onze bagage wegen en manueel de bording passes invullen, wordt een jonge vrouw naast ons zenuwachtiger en zenuwachtiger. In zwarte gewaden gehuld, met enkel een stukje van haar gezicht onbedekt, ziet ze er traditioneel Pakistaans uit. Zichtbaar verontrust belt ze aldoor met haar gsm, terwijl de mensen rondom haar willen dat het opschiet. Met wanhopige ogen begint ze mensen in het rond aan te spreken, tot ze plots haar gsm in míjn handen duwt. In gebrekkig Engels heb ik haar man in Londen aan de lijn, die smekend om hulp de situatie uit de doeken probeert te doen: om de een of andere reden (waarschijnlijk te zware of te grote koffers) moet zijn vrouw, die op het punt staat in te schepen op de vlucht naar Londen, 2500 Rupies (een goeie €30) extra betalen. Omdat ze dat geld niet bij zich heeft kan ze niet inschepen, en niemand heeft genoeg vertrouwen om geld aan een vreemde te lenen. Kort samengevat kwamen de telefonische onderhandelingen met mij hierop neer: “U moet ons vertrouwen, alstublieft meneer, wij zijn goede mensen, wij zijn plichtsbewuste gelovigen, in Londen geef ik u onmiddellijk uw geld terug, maar helpt u alstublieft mijn vrouw, anders kan ze niet mee met het vliegtuig…” — “In Londen kan ik u helaas niet ontmoeten: wij zijn op doorreis naar Brussel, en mogen de luchthaven niet verlaten.” — “Neem dan haar gsm, u krijgt hem, of…” — “Dat hoeft helemaal niet, ik…” — “En haar gouden ring: neem haar ring, als bewijsstuk. Mijn vrouw zal uw gegevens noteren. Ik bezorg u zo snel mogelijk uw geld terug.” — “Die ring is echt niet nodig, het is alleen heel moeilijk voor ons te weten of we u kunnen vertrouwen.”

Daar sta je dan, met een tikkende klok, een vrouw in nood en allerlei verhalen die door je hoofd spoken. Even overleggen Marie en ik en beslissen te doen wat wij ook zouden willen: we zeggen toe, spurten naar de geldwisselaar, wisselen €40 naar Rupies, bezorgen de vrouw het geld en onze gegevens en gaan aan boord. Het kwam overtuigend over, maar dat doen veel truken van gewiekste opleggers. We zouden wel zien hoe het zou aflopen…

Na een paar dagen ontvang ik thuis een telefoon, en wat later een e-mail:

“thanhs for help.of my wife. mr.pieter i am really thankfull to you that u have done for me .i really appriciate that you trust me .
kindly send me your account number & sort code .then i shall put your money in that account.once again thankyou very much ,you are very good person take care of your self.”

En een tijdje later op de rekening:
bewijs storting

Er bestaan nog goeie mensen — óók onder Britse Pakistani.

18.09.06

Uzbekistan in beeld — de foto’s!

- Uzbekistan, foto's -

Jawel, eindelijk is het dan zover: de eerste foto’s zijn online te bezichtigen. Een selectie maken, publiceren, naampjes en beschrijvingen geven, trefwoorden (tags) toekennen, … het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar deel 1 van 4 staat klaar: Uzbekistan.

De links:

  • link naar het fotoalbum Uzbekistan
  • link naar de landkaart waarop de foto’s geografisch aangeduid staan
  • link naar de tags (trefwoorden), om de foto’s thematisch te doorbladeren

We hopen zeer binnenkort ook de delen Kyrgyzstan, China en Pakistan te publiceren. Tot dan!

28.08.06

In cauda venenum

- Pakistan, varia -

Minder exotisch maar daarom niet minder spannend is het verhaal van onze terugkeer en thuiskomst. Om 5u in de ochtend plaatselijke tijd (2u ’s nachts in België) stonden we op om een uurtje later in te checken in Islamabad International Airport. Het duurde even voor we doorhadden waarom de rijen zo lang en zo traag waren: het computersysteem van de incheck had het begeven. Alles moest dus manueel gebeuren: de bording passes van de 350 passagiers van de Boeing 747 met de hand invullen, zetels uitdelen, bagage labelen. Véél later dan voorzien belandden we dus op het vliegtuig, maar opstijgen was nog niet voor onmiddellijk: eerst was er het probleem van een ontbrekende persoon wiens bagage wél aan boord was, vervolgens moesten nog een heleboel zetel- en plaatsproblemen uitgeklaard worden en tenslotte moesten het luchtruim en de controletoren nog vrij zijn voor het vertrek. Het gevolg van een en ander laat zich gemakkelijk raden: in Londen Heathrow arriveerden we veel te laat om de aansluitende vlucht naar Brussel te halen. Tot overmaat van ramp duurde het dan nog meer dan een half uur eer we het vliegtuig mochten verlaten: een ziek geworden passagier moest eerst geëvacueerd worden, vóór de roltrappen aangesloten werden. Uren te laat stonden we dus aan te schuiven aan de checkin in Heathrow, dat gebukt gaat onder paranoia sedert de recent verijdelde aanslagen. Alles wat niet vast van vorm is moest uit de bagage: je zag vrouwen nog voor de laatste keer een streep dure oogschaduw of lip gloss aanbrengen alvorens hun cosmetica in de vuilbak te gooien. Tussen massa’s flesjes, tubes en zakjes schoven we traagjes aan, tot we aan de balie hoorden dat de incheck voor de volgende vlucht naar Brussel nét aan het afsluiten was — en Stijn en Marlies zaten er wél op: niet hoeven aan te schuiven is een van de weinige voordelen van de voorkeursbehandeling die je krijgt als je in een rolstoel zit. Spurten dus naar de juiste gate, waar bleek dat haast overbodig was: ook die vlucht had een uurtje vertraging. Rond 19u30 Belgische tijd landden we dus in Zaventem, een uur of vier later dan verwacht. Het slechte voorgevoel dat we hadden i.v.m. onze bagage werd ook nog waarheid: onze vier rugzakken waren er niet bij. De luggage claim in Zaventem was het blijkbaar al gewoon geworden: in heksenketel Heathrow was de toestand de laatste weken blijkbaar zo verward, dat er in Brussel massa’s verkeerd of te laat afgeleverde baggage stond te wachten. Papieren invullen dus, en afwachten. Zonder bagage strandden we dus tegen half 10 in Gent, voor de eerste Belgische pint.

Zaterdag — nog meer venijn in de staart. De massa digitale foto’s die we op reis met twee fototoestellen genomen hebben, bewaarden we telkens op onze iPod van zodra de geheugenkaartjes vol waren. Op dat ene toestel stonden dus een paar duizend kiekjes te wachten om bekeken te worden. Alleen jammer dat de juiste kabels en opladers in de bagage zitten. Zaterdagochtend dus met een andere iPodkabel geprobeerd, met helaas fatale gevolgen: kortsluiting en iPod dood. Ik bespaar je de beschrijving van de doodsangsten en dreunende depressiegolven die me heel die zwarte dag geteisterd hebben en zal het verhaal kort houden: toen na uren proberen werkelijk niets meer lukte en alle hoop verloren leek, heb ik m’n stoute schoenen aangetrokken, twee iPods opengegooid, van de verschillende onderdelen één werkend toestel gemaakt, de harde schijf gerecupereerd, uuuuren schijftests en bestandsrecuperatie doorlopen en intens gebeden. Rond tien uur ’s avonds luidden de klokken der verlichting: alles gered. Of mijn iPod nog tot leven te wekken is weet ik niet, maar al onze foto’s staan nu veilig op twee verschillende schijven.

Omdat onze vriend Murphy nooit alleen komt wil ik je niet onthouden dat ondertussen Marlies naar de spoed ging met haar gebroken voet en te weten kwam dat haar gebroken kuitbeen ook nog gekanteld is. Woensdag wordt ze geopereerd.

Er is ook goed nieuws: binnenkort posten we hier de foto’s. Stay tuned!

24.08.06

Het Hart van Pakistan

- Pakistan -

Vier dagen, maar een veelvoud daarvan aan aansprekingen, uitnodigingen en traktaties later, zijn we terug in Rawalpindi na de uitstap naar Lahore. Als Pindi al een soep was, is het een licht minestronesoepje vergeleken met de dikke brij die Lahore is. Je door de stad bewegen is de confrontatie aangaan met een heksenketel van hyperkinetisch verkeer, bedwelmende walmen uitlaatgassen, mensen, dieren en dingen op elke vierkante centimeter. Gelukkig biedt het Hart van Pakistan tegengewicht van formaat. De stad ligt bezaaid met monumenten uit eem glorierijk verleden, niet in het minst in en rond de oude stad. Via de Delhi Gate stappen we door kleine overschaduwde straatjes waar Jan en alleman verkoopt en koopt, we passeren oude badbuizen en The Golden Mosque en bereiken het hart van de stad: een het Lahore Fort dat recht tegenover de Shabadi Moskee staat, geflankeerd door een Sikh-tempel. De voor verkeer afgesloten binnenpleinachtig ruimte tussen de gebouwen, met prachtige bomen in de tuinen, is een oase van rust. Van de Moskee wordt gezegd dat ze wellicht de grootste uit een stuk in Azie is. De stijl is voor ons compleet nieuw: in rode zandsteen en ingelegd met wit marmer, em robuust zoals haar opdrachtgevers, de Moghuls. Van dat Moghulrijk weet ik helaas niet veel meer dan dat Timoer Lenk er ergens tussenzit (dat familielid van Jenghis Khan, die in Uzbekistan een stevig rijk uitbouwde, weet je nog?). Die naar India uitgeweken tak van de familie kon er in elk geval wat van: de moskee is fenomenaal. Niet minder aantrekkelijk voor ons was het terras naast de trap naar de moskee. Later op de dag bezochten we nog het reusachtige fort en liepen we wat door de straatjes van de oude stad. Omdat Stijn en Marlies na drie ziekenhuisbezoeken eindelijk wisten hoe de vork aan de steel zat (toch een breuk, en dus een nieuwe plaaster en een rolstoel), bezochten zij eerst het voortreffelijk museum over de geschiedenis van de ruime regio.
In de late namiddag steeg de adrenaline, toen we de de grensovergang met India naderden - niet omdat we moeilijkheden verwachtten, want we gingen niet naar de grens om ze effectief over te steken. We wilden kost wat kost op tijd zijn om getuige te zijn van een van de vreemdere ceremonies op deze aardbol: het dagelijkss sluiten van de grens tussen Pakistan en India. Stel je er een combinatie bij voor van de ijzerbedevaart, Monthy Pythons Silly walks en de Griekse Evzones bij de aflossing van de wacht. Het resultaat is grotesk, belachelijk, geniaal. Aangemoedigd door een juichend publiek en een oude MC met een Pakistaanse valg, marcheren Pakistaanse ceremoniele marionetten met veel misbaar naar het hekken dat de grens vormt en proberen op allerlei manieren hun Indische tegenpolen te overtroeven - door harder te stampen met de voeten, kwader te kijken, nog meer te gesticuleren. Aan de overzijde van het hek gebeurt net hetzelfde, ook tussen twee rijen tribunes en ook in net dezelfde choreografie. Rare jongens, die Indiers en Pakistanen.
’s Avonds gingen we chique eten in een klassereataurant, waardoor ik over gisteren kort kan zijn: maaggevolgen legden mij volledig en Stijn gedeeltelijk plat. Vandaag zijn we weer de oude en staat de laatste dag ons te wachten. Tot binnenkort!

20.08.06

De colonne naar de soep

- Karakoram Highway, Pakistan -

Tussen twee partijtjes pingpong in inspecteerde een zwetende dokter in het militair ziekenhuis van Gilgit de voet van Marlies. Het verdict: ligamenten gedeeltelijk gescheurd. Gewapend met een dikke ouderwetse plaaster zetten we de tocht verder. Donderdagmiddag slaagden we erin om bustickets naar Islamabad in handen te krijgen - niet eenvoudig, gegeerd als ze waren na dagenlange wegblokkades en geen vluchten wegens een bewolkte Nanga Parbat. Om 15u in de namiddag scheepten we in om de 16 a 17u lange rit aan te vatten. De eerste etappe leidde ons van Gilgit naar Besham, waar we tussen magistrale zichten, in vurige gloed gezet door een ondergaande bergzon, aan den lijve konden ondervinden waarom er dagenlang geen verkeer mogelijk was. Landslides van modderstromen en rotsblokken hadden de weg volledig overspoeld. Wij hotsten langzaam voort over het tijdelijk aangelegde spoor door of over de puinhopen. Een paar uur na Besham stopten we voor een eetpauze. Stel je daar een scoutsversie van een overbevolkt Carrestelrestaurent bij voor: gesjorde en getimmerde shelters over lemen ovens, waaruit vlammen langs tientallen ketels en pannen likken. Overal lawaai, aan- en afgeloop van opdieners met platte broden, thee, schotels kip met gember of rijst met pikant schapenvlees. Even wennen, daarna best gezellig. Nog een uur verder - ondertussen is het aardedonker en zien we de afgronden naar de Indus niet meer - moeten we plots stoppen en aansluiten bij een reeks geparkeerde en blijkbaar wachtende voertuigen. Wanneer een politieman met machinegeweer in onze bus plaatsneemt wordt het duidelijk: er zijn onlangs incidenten gebeurd op het komend stuk van de weg. We vormen een colonne en rijden onder politiebegeleiding verder. Spannend. Nog een paar uur, enkele slagbomen en controlles verder begint de dag te verschijnen. De weg wordt vlakker en er verschijnen meer bomen. De laatste theestop brengt ook gsm-bereik met zich mee: het mobiele netwerk in de Northern Areas is nog niet operationeel, en of het op het algemene Pakistaanse netwerk zal worden aangesloten is nog onduidelijk - de noordelijke provincies blijven gevoelig gebied.
Tussen 7 en 8 bereiken we Rawalpindi, de zusterstad van Islamabad. De kersvers gebouwde hoofdstad ligt als een modern geometrisch complex tegen z’n oude hektische moeder aan. ’s Ochtends is het al broeierig warm, en de korte nacht maakt het chaotische lawaai van het mierennest waardoor we ons bewegen extra zwaar. De airco in het hotel en het ontbijtbuffet doen bijzonder deugd.
Ondertussen hebben we ons al een paar keer doorheen de drukke soep van de tweelingstad bewogen. Gisterenavond hebben Marie en ik de Shah Faisal Moskee bezocht: een moderne constructie die onderdak biedt aan tienduizenden gelovigen. De Saoudi’s hebben het leeuwendeel gesponsord van de 50 miljoen dollar die het gigantisch complex gekost heeft. Vier reusachtige maar ranke witte minaretten omzomen een witmarmeren pyramide, die aan een woestijntent moet doen denken. De CIA zou er niet gerust in geweest zijn en liet onderzoeken of de 4 spitse torens geen rakketten waren… Een uitmuntend staaltje van moderne architectuur en gedurfde stijl kan je het niet noemen, maar doordat het zo gigantisch groot is krijgt het bouwwerk een speciale grandeur, die ergens wel mooi is. Het meest treffend is echter de kalme levendigheid die er heerst: mannen en vrouwen zitten of lopen er te praten, kinderen beklimmen de marmeren constructies en gooien met ballen, wij lopen er tussen en laten alles over ons heen komen. De sfeer van deze avondlijke ontmoetingsplaats treft ons.
Vanochtend zwoegden we met de hitte op een krioelende bazaar en vanmiddag moesten we schuilen voor een hete plensbui. Augustus = regenseizoen. Terwijl de regen met bakken neerkomt worden we binnengeroepen door een advocaat die ook nog droogkassen en wasmachine verkoopt. We drinken en praten. De vraag of de mensen in Belgie of in de landen om ons heen ook zo gastvrij zijn, maakt ons wel wat stil. En dan gaat het natuurlijk opnieuw over hoe wij op TV enkel die minderheid van extreme moslims zien, die het ware gelaat van de zeer gastvrije islam besmeurt. Ze weten het, de Pakistani, en ze betreuren het ten zeerste. Maar pas echt emotioneel worden de gesprekken als het over de aardbeving van 8 oktober gaat. ’s Nachts op onze tocht naar Islamabad passeerde de KKH al langs Abottabad, dat zwaar getroffen is. Diep zuchtend vertelt onze advocaat hoe bekende er tot drie dagen lang kinderstemmen onder een neergestort dak hoorden kermen, tot ze vanzelf ophielden. “Je kan niet geloven wat we allemaal gedaan hebben om te helpen - kleine meisjes gaven er zelfs hun oorringen voor weg. Onze levens zijn zo tijdelijk, laten we alsjeblieft zorg voor elkaar dragen.”
We zeiden gedag, dachten na en stapten door ’Pindi - het was te laat geworden voor de jasmijntuinen en het museum. Morgen bezoeken we een site in de buurt. De dag erna trekken we naar Lahore, bij de grens met India. Tot later.

17.08.06

A horse, a horse, my kingdom for a horse

- Karakoram Highway, Pakistan -

Woensdagavond, Gilgit, hoofdplaats van het gebied rond de Hunzavallei. Een kleine week geleden, in Karimabad, leek het alsof het overaanbod aan mogelijkheden ons lam ging leggen - vandaag liggen we om andere reden ook wat lam, maar daarover verder meer. Nog een kleine twee weken te gaan, en massa’s opties: trekkings langs de hoogste toppen ter wereld, afgelegen valleien bezoeken, steden als Peshawar of Lahore meepikken, … De keuze, meebepaald door een dag slechter weer, zag er zo uit: geen lange trekking, wel een driedaagse naar de Fairy Meadows en het basecamp van de Nanga Parbat, de Killer Mountain van een dikke 8000m hoog. Net voor we Karimabad vaarwel zeiden botsten we in ons hotel op een groepje ambtenaren uit Islamabad die op zakentrip in het noorden waren - belastingen of gemeente-administraties controleren of zoiets. Ze wouden een foto met ons, en even later boden ze ons vervoer aan naar Gilgit, waar wij toch heen moesten voor de Nanga Parbat-trip. Na een bezoek aan het Eagle’s Nest voor een prachtig zicht op de Hunzavallei, reden wij dus in 2 Toyota Landcruisers (ik gok dat 70% van de auto’s hier een Toyota is) mee met enkele uiterst vriendelijke Pakistani, die zich blijkbaar verantwoordelijk voelden voor ons welzijn in dit verre land. Een theestop met schitterend zicht op de Rakaposhi en vele gesprekken over het wel en wee in Pakistan (over dat er na 9/11 bijna geen toeristen meer komen, over hoe de CIA achter Al Qaeda zit, over Polo, over de Russen in Afghanistan, …) later, landden we ’s avonds laat in Gilgit. Omdat er het er hier wel eens heet aan toe kan gaan passeren we enkele checkpoints met zandzakjes en bewapende militairen. De stad lijkt wel bezet, maar meer dan zwaaien naar toeristen lijken de wachtposten niet te doen. Uiteraard werden we op restaurant nog getrakteerd door ons begeleidend team.
Maandag 14 augustus had een verrassing voor ons: ter gelegenheid van Independance Day, de Pakistaanse nationale feestdag, wordt er in Gilgit Polo gespeeld! Terwijl we aan de Polo playground thee drinken in het gezelschap van een bataljon Rangers met machinegeweren, beslissen we de trekking een dag uit te stellen. Zo bevinden we ons een paar uur later op de tribune van een authentieke Pakistaanse polomatch. “Veel beter dan in Engeland of Frankrijk”, weten de Pakistani, “want hier zijn er bijna geen regels!”. Muzikanten en spontane dansers zwepen de boel op, tot de 12 paarden het lange en smalle terrein betreden. Het publiek wordt de tribunes opgejaagd en de slag begint. Het gaat er hard aan toe, de sticks kletteren tegen de bal, de paarden stuiven voorbij. Ook al kennen we geen bal van polo en weten we niet wie tegen wie speelt, het is razend spannend en we leven mee als wekelijkse supporters. Op de tribune krijgen we plots thee met koekjes toegestopt. Op slag van rust gaat een ruiter zwaar tegen de vlakte. Iedereen dan maar op het veld en de spanning doen stijgen in de pauze. Na een uur wedstrijd winnen de blauwen met 7-6. Foto’s volgen.
Gisterenochtend dus toch vertrokken op trekking. De weg van Gilgit naar de Raikot-brug op de KKH duurde een uur of twee langer dan voorzien: landverzakkingen hadden de weg versperd. We komen op de juiste weg net voor de plaats waar de Hunzarivier in de Indus stroomt. Vertrokken uit Tibet bruist deze heilige stroom door het Pakistaanse hoogland, op weg naar de Arabische Zee. Waar de 2 rivieren samenkomen kan je 3 van ’s werelds grootste bergketens zien: het Karakoramgebergte, de Hindu Kush en de Himalaya. Vanop de Raikot-brug stappen we over in een andere jeep die ons twee uur lang omhoog voert langs een van de gevaarlijkste paden die ik ooit betreden heb: een zeer smal bultig pad vol haarspeldbochten langs een duizelingwekkend ravijn. Diep in de namiddag starten we de trek - en met ons de regenwolken. Hoe hoger we komen, hoe somberder de lucht en dikker de druppels. Wanneer Stijn en ik even voorop lopen horen en zien we het gebeuren: her en der komen langs de rechterflank stromen stenen en modder naar beneden. We zien de landslides nu eens zelf in het echt. We kiezen een veilige plek en staan even geintrigeerd te kijken. Enkele meters achter ons springt Marlies opzij voor zo’n stenenstroom, waardoor ze slecht neerkomt en haar voet bezeert. Stappen, laat staan trekken, lukt niet meer. We stappen nog even verder, maar omdat de avond dichterbij komt en het weer ongemeen slecht lijkt, snel ik zonder rugzak omhoog om bij het berghotel aan Fairy Meadows een paard en hulp te halen (stel u daar absoluut niets heldhaftigs bij voor zoals het dapper melden van de Marathonoverwinning of het ter hulp snellen van een in gevaar verkerende schone maagd). Na een halfuur ploeteren bereik ik de helpende hand. Een uur later zitten we allemaal warm in een hut en eten verkwikkend Pakistaans bergeten. Vanochtend besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen en af te dalen: de voet van Marlies heeft verzorging nodig. Zij op een paard en wij te voet dalen de compleet verwoeste weg af. De regen heeft lelijk huis gehouden. Een jeep- en busrit later zijn we nu dus terug in Gilgit. De voet wordt verzorgd en wij leggen de digitale verbinding met het thuisfront. Bij deze hebben we een reden om ooit terug te keren, Nanga Parbat…

13.08.06

impressie 3 - Karimabad

- Karakoram Highway, Pakistan -

Ik neem opnieuw het impressie-gedeelte voor mijn rekening, daar Pieter achter het melkglazen raampje voor mijn neus zichzelf de schoolboeken binnenschrijft – alleszins excuses voor eventuele overlappingen. We bevinden ons in Karimabad, een ongelooflijk charmant en vriendelijk bergdorpje tegen een flank van de Hunza-vallei, met bijgevolg prachtige uitzichten. Hoewel we nog maar drie dagen in Pakistan zijn, zou ik dolgraag willen veralgemenen: het is hier fenomenaal. Na de apathische en bijna egoistische Chinezen aangevuld met onderdrukte en meelijwekkende Oeigoeren zijn de Pakistani stuk voor stuk elegante verademingetjes. Hun grote ogen en soms bijna Westerse uitzicht (afstammelingen van Alexanders leger?) lijkt hun mimiek voor ons veel begrijpelijker te maken. Een bijkomend pluspunt is hun verdraagzame aard (Ismaeli’s blijken een tolerante islam-variant te zijn): ik zit hier niet te worstelen met een hoofddoek, noch door een burka-gaasje naar het scherm te turen!
Naast rotsige en veelpuntige bergen, waarvan een prachtexemplaar niet voor niets de naam „kathedraal“ draagt, strekt zich volledig horizontaal een grijze, breedvertakkende rivier uit. Een steile wand van een paar meter hoger begint onaangekondigd een frisgroene zone: op trapachtige terrasjes zwalpen rijpe graanhalmen, trappelen geitjes, drogen abrikozen op platte daken, slingeren paden zich rond berg- en irrigatiestroompjes. Langs alle kanten duiken ‚hallo’-roepende kinderen op, met armen vol stro, appels plukkend in bomen, kalfjes naar de stal leidend, steentjes over de brede rivierbedding gooiend. Ik geloof graag dat we nogal verblind zijn door deze idylle. We zijn en blijven toeristen, die men graag ziet komen, maar even graag ziet gaan. Sommigen zijn hierin fanatieker dan anderen. Zonet struinden we door Karimabads hoofdstraat naar dit internetcafe (het enige dat tijdens de stroompanne, die al een paar dagen aanhoudt, overdag werkt, en niet alleen wanneer ’s avonds de generator het dorp voor enkele uur van stroom voorziet) ontmoetten we een groep losgeslagen Lahoriaanse mannen (type zondagsreserven op jaarlijks weekend), die hun trip op foto wilden vastleggen, en ook de Belgische vrouwen die ze daarop tegenkwamen (zij het in 50-voud). Straks missen we in Belgie de overvloedige aandacht nog…

13.08.06

Indiana Jones

- Karakoram Highway, Pakistan -

Aan de voet van een kathedraal van rotsen, waar bij avondlicht tientallen ranke torentjes zich aftekenen, ligt het bergdorpje Passu in een brede bocht van de Hunzarivier. Veel verder verbreedt het dal tot wat de mythische Hunzavallei genoemd wordt. Voor we daarheen verdertrekken doen we een dagtochtje naar twee verdergelegen dorpjes in de top van de vallei. Daar geraken heeft iets speciaals in petto: in ware Indiana Jones-setting moet je er een hangbrug van een paar honderden meters voor oversteken. Een paar staalkabels en om de meter een houten plankje onder je voeten moeten je veilig over de bruisende Hunza brengen. Een uur verder vind je tussen drogende abrikozen, witte populieren en rijpend koren groepjes huizen waar de tijd heeft stilgestaan - en nog steeds stilstaat. Gastvrij worden we binnengeroepen en drinken thee. In ons beste Wakhi (het boekje Languages of the Silk Road is een dankbare hulp voor zo’n gelegenheden) proberen we wat te praten. De tocht verder leidt ons over een tweede hangbrug terug naar de Karakoram Highway, waar een jeep ons staat op te wachten met onze bagage. Stipt zijn ze blijkbaar ook nog, die Pakistanis. Met open dak en wind in het haar rijden we dan de magische Hunzavallei in. Besneeuwde toppen, gletsjers, duizelingwekkende wanden, en aan de overkant van de rivier een smal horizontaal streepje: het eeuwenoude pad waarlangs de reizigers van de zijdeoute hun waren vervoerden. Nu verblijven we in Karimabad, het hart van de Hunzavallei. Vanuit onze hotelkamer kijken we uit over de vallei, in het oog gehouden door de top van de Rakaposhi, in nevelslierten gehuld en 7800m boven ons uit tronend. De tweede dag Pakistan voelt alweer schitterend.

13.08.06

China-Pakistan: into another dimension

- China, Karakoram Highway, Pakistan -

Radiostilte kan zo zijn oorzaken hebben. In ons geval: het paradijselijke isolement van Noord-Pakistan, waar gsm-netwerken nog in opbouw zijn en internet gedwarsboomd wordt door dagenlange elektriciteitspannes, veroorzaakt door zomerse aardverschuivingen en wegverzakkingen. Een generator drijft dit internetcafe aan, zodat de link met Belgie even kan gelegd worden. Voor we de lofrede op Pakistan in gang trappen blikken we even terug op de hoogste en tevens laatste grensovergang die ons te wachten stond: de Kunjerab-pas.

Officieel start de Karakoram Highway in het Chinese Kashgar. Toen wij in 1986 gloeiden van nationale trots, naar onbekende hoogten gezongen door Sandra Kim, werd op 1 mei een lint doorgeknipt: de as Kashgar-Islamabad werd voor het wereldpubliek geopend en gedoopt Karakoram Highway. Het huzarenstukje - een autoweg door ’s werelds hoogste en meest woeste bergen, het knooppunt van Pamir, Karakoram en Himalaya - maakte een zijtak van de eeuwenoude zijderoute opnieuw toegankelijk voor 20ste eeuws verkeer.

Vanuit Kashgar duurt de rit naar de eerste stop over de Pakistaanse grens twee dagen. Op dag een rijden we langs een schitterend bergmeer, subliem gelegen tussen twee 7000-ers, en houden halt in de laatste Chinese stad, Tahkorgan. Over de setting niets dan lof: een oud fort torent uit boven de straten, die langs een riviervlakte tussen de Pamirmuren liggen. De atmosfeer heeft er echter iets bizars: Chinese luidsprekers schallen continu onverstaanbare leuzen, soldaten patrouilleren er, iets dreigends lijkt in de lucht te hangen. Enfin, ik had er een soort X-files of science fictiongevoel. Dag twee begon met de nodige formaliteiten om de grensbus te mogen nemen. Wachten, papieren invullen, bagage scannen, nog wat papieren, nog wat wachten. Samen met ons stonden nog een pak Pakistani in de rij. Onze vrees (lees: vooral Marlies haar vrees en afkeer) voor een strikt, vrouwonvriendelijk en onvrij moslimland werd op dat moment al wat getemperd: met klare blik en een open gezicht keken de Pakistaanse mannen en vrouwen ons aan en begonnen spontaan een vriendelijk gesprek, in voortreffelijk Engels. Wat een verschil met de Chinezen, met wie communicatie bijna consequent stroef verloopt.

Na een lange wachttijd trekt de Pakistaanse bus zich op weg en begint gezwind de lange klim over de 4800m hoge Kunjerabpas, de grens tussen twee werelden. Over de weg zal ik kort zijn: subliem, adembenemend, groots. Rond de middag nemen we de kaap en glijden en botsen we zuidwaarts naar Sost, waar we mogen aanschuiven voor de Pakistaanse customs en formaliteiten. Veel sneller dan bij de Chinezen staan we in een paar ogenblikken officieel op Pakistaanse bodem, onder een flinke bergzon en tussen versierde vrachtwagens van breed glimlachende Pakistanis. Een uur bus later worden we gedropt in het bergdorpje Passu, in het noorden van de Hunzavallei. We checken in in een berghotelletje, maken een alweer vlot praatje met de bijzonder vriendelijke Pakistanis en eten een zeer lekkere lokale maaltijd. Sjonge, wat voelt Pakistan goed - nu al.

08.08.06

exit China

- China -

In een iets koeler Kashgar bekomen we vandaag van de warmtestage in Urumqi en Turpan. Soms moet je ergens lang genoeg zijn om door te dringen tot wat onder de oppervlakte ligt - voor de Oeigoerse kwestie is dat niet anders. Gisteren in Urumqi openden de anders nogal stugge, ingetogen of verlegen Oeigoeren zich om ons een blik te gunnen op wat zij vinden van de bezetting van de Han-Chinezen. Een dag ervoor was het ook al raak geweest: onze chauffeur reed ons doorheen de stoffige, kurkdroge vlaktes langs de roodgrijze vlammende bergen - de thermometer op grondniveau stond er op een goeie 60 graden. Verder op de tocht werd de horizon meer en meer onderbroken door rode eenarmige machines die met tientallen tegelijk iets uit de bodem pompten. “Xinjiang Uyghur: gas!” zei de chauffeur. En onmiddellijk daarop: “gas, money: Beijing!“, terwijl hij een kwaad sissend geluid tussen z’n tanden maakte. Wij dachten verder na over waarom precies de Chinezen Xinjiang onder de knoet willen houden. Dat de Oeigoeren er al anderhalf millennium eerder wonen en met de droge grond vergroeid zijn, houdt hen in elk geval niet tegen. Van die eeuwenoude cultuur zagen wij overal bewijzen, alsof de tijd heeft stil gestaan: de lemen huisjes waar de druiven tot rozijnen drogen, de dorpjes aan de rand van de woestijn, de ruines van ooit machtige steden. Na het Taklamakanzand tussen de tenen gevoeld te hebben sliepen we zoals veel Oeigoeren gewoon buiten, op een soort bed voor de deur op straat.

In Urumqi belandde een gesprek vanzelf terug op de Oeigoerse kwestie. “It is a very complex problem“, beklemtoonde een bijna geemotioneerde Oeigoer ons telkens - niet zonder zich ervan te vergewissen dat we geen reporters zijn. Dat de Han-Chinezen alles afpakken zit heel diep, en het probleen wordt alleen maar complexer door de jaarlijkse instroom van meer en meer Chinezen. “And nobody knows Uyghur people in the world, and we are 20 million“, zei de man. Bij deze is dat gedeeltelijk rechtgezet: u weet ervan.

Vandaag starten we aan de klim naar Pakistan over de Karakoram Highway. Volgens plan passeren we eerst een paar 7000-ers om dan de bijna 5000m hoge grens over te steken. Morgen of overmorgen is het zover.

Categories
Links