Eerlijk duurt het langst?
- Pakistan, geld, varia -
“Quite a place, isn’t it?”, zei een vriendelijke Amerikaan een paar weken geleden tegen me, toen we al een zee van tijd stonden aan te schuiven in de luchthaven van Islamabad, die ochtend van ons vertrek naar huis. Het was me daar inderdaad nogal een plek: géén vooruitgang, computers stuk, drommen gehaaste mensen…
Eén bijzondere gebeurtenis, die plaatsvond tijdens dat lange aanschuiven, heb ik jullie nog onthouden — niet omdat ze niet de moeite waard is, maar omdat ik nogal… onzeker was omtrent de afloop. Wanneer we eindelijk aan de balie gekomen zijn en de bedienden van dienst onze bagage wegen en manueel de bording passes invullen, wordt een jonge vrouw naast ons zenuwachtiger en zenuwachtiger. In zwarte gewaden gehuld, met enkel een stukje van haar gezicht onbedekt, ziet ze er traditioneel Pakistaans uit. Zichtbaar verontrust belt ze aldoor met haar gsm, terwijl de mensen rondom haar willen dat het opschiet. Met wanhopige ogen begint ze mensen in het rond aan te spreken, tot ze plots haar gsm in míjn handen duwt. In gebrekkig Engels heb ik haar man in Londen aan de lijn, die smekend om hulp de situatie uit de doeken probeert te doen: om de een of andere reden (waarschijnlijk te zware of te grote koffers) moet zijn vrouw, die op het punt staat in te schepen op de vlucht naar Londen, 2500 Rupies (een goeie €30) extra betalen. Omdat ze dat geld niet bij zich heeft kan ze niet inschepen, en niemand heeft genoeg vertrouwen om geld aan een vreemde te lenen. Kort samengevat kwamen de telefonische onderhandelingen met mij hierop neer: “U moet ons vertrouwen, alstublieft meneer, wij zijn goede mensen, wij zijn plichtsbewuste gelovigen, in Londen geef ik u onmiddellijk uw geld terug, maar helpt u alstublieft mijn vrouw, anders kan ze niet mee met het vliegtuig…” — “In Londen kan ik u helaas niet ontmoeten: wij zijn op doorreis naar Brussel, en mogen de luchthaven niet verlaten.” — “Neem dan haar gsm, u krijgt hem, of…” — “Dat hoeft helemaal niet, ik…” — “En haar gouden ring: neem haar ring, als bewijsstuk. Mijn vrouw zal uw gegevens noteren. Ik bezorg u zo snel mogelijk uw geld terug.” — “Die ring is echt niet nodig, het is alleen heel moeilijk voor ons te weten of we u kunnen vertrouwen.”
Daar sta je dan, met een tikkende klok, een vrouw in nood en allerlei verhalen die door je hoofd spoken. Even overleggen Marie en ik en beslissen te doen wat wij ook zouden willen: we zeggen toe, spurten naar de geldwisselaar, wisselen €40 naar Rupies, bezorgen de vrouw het geld en onze gegevens en gaan aan boord. Het kwam overtuigend over, maar dat doen veel truken van gewiekste opleggers. We zouden wel zien hoe het zou aflopen…
Na een paar dagen ontvang ik thuis een telefoon, en wat later een e-mail:
“thanhs for help.of my wife. mr.pieter i am really thankfull to you that u have done for me .i really appriciate that you trust me .
kindly send me your account number & sort code .then i shall put your money in that account.once again thankyou very much ,you are very good person take care of your self.”
En een tijdje later op de rekening:

Er bestaan nog goeie mensen — óók onder Britse Pakistani.